Een innovatie van de leefstijlinterventie

28.09.21 14:13 Reactie(s) Door Bas Evers

De Nederlandse Zorgautoriteit vindt het allemaal niet opschieten met de Gecombineerde Leefstijl Interventie. Ik vind dat niet zo gek, want de regeling kent veel belemmerende factoren. Wat als vertrouwde hulp bij gezond eten en voldoende bewegen gratis beschikbaar is voor iedere Nederlander? Een omdenken-exercitie rond de GLI met een centrale rol voor het Voedingscentrum.

Sinds 2019 zit de Gecombineerde Leefstijl Interventie (GLI) in het basispakket van de Nederlandse zorgverzekering. GLI is een 2-jarig programma voor mensen met ernstig overgewicht, waarin onder begeleiding een duurzame leefstijlverandering wordt nagestreefd op het gebied van voeding, eetgewoontes en bewegen. De GLI in de basisverzekering is een bijzondere ontwikkeling die past in de maatschappelijke omslag die we moeten maken van het beheersen van zorgkosten naar investeren in zo gezond mogelijk blijven.

Niet soepel? Niet zo gek
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) publiceerde op 23 september een voortgangsrapportage over de GLI. Hierin is de NZa functioneel boos op de zorgverzekeraars die te weinig GLI-aanbieders contracteren. Zorgverleners verwijzen te weinig door naar GLI-collega’s. Het aantal zorgverleners dat GLI aanbiedt lijkt te stokken. En ook in dit dossier heeft de coronapandemie roet in het eten gegooid.

Dat het niet soepel loopt heeft wat mij betreft alles te maken met de manier waarop de regeling is ingestoken. Ik zie op drie punten grote belemmeringen:

Beperkte doelgroep gekozen

De regeling staat open voor Nederlanders met een BMI van 30 of hoger. Deze mensen lijden volgens de overheid aan obesitas. In 2020 was dat 13,9% van de Nederlandse volwassenen. 86,1% heeft dus niets aan deze regeling, terwijl zeker de helft daarvan juist veel profijt zou hebben van gezond eten en voldoende bewegen. Een preventieve maatregel voor de volksgezondheid richt zich op een zo groot mogelijke groep.

Preventie past niet bij inkoop

De NZa is ervan uitgegaan dat de zorgverzekeraars gingen meewerken aan deze regeling. Dat willen ze misschien wel, maar de GLI past niet goed in het traditionele inkoop- en contracteringsbeleid. De verzekeraars zijn gericht op het beheersen van kosten; niet op ruimhartig investeren om latere kosten te voorkomen. Achter GLI zit een maatschappelijke business case die nog niet goed past bij hun taakstelling en bedrijfsvoering.

Onaantrekkelijk voor zorgverleners

De zorgverzekeraars eisen een certificering die voor zorgverleners best wat voeten in de aarde heeft. Ze moeten soms een aparte opleiding volgen, extra verzekeringen afsluiten en lidmaatschapsgeld betalen van een aparte brancheorganisatie. Als een zorgverlener dat allemaal heeft willen doen, moet zij een tweejarig programma afdraaien tegen een vooraf door de NZa gemaximeerd tarief (waar vele zorgverzekeraars flink onder gaan zitten). Er lijkt weinig ruimte voor maatwerk en gepersonaliseerde prijsbepaling. Onaantrekkelijk dus voor een ondernemende zorgverlener.

Belemmeringen weggenomen

Laat ik eens omdenken. Wat als we het omdraaien? Wat als hulp bij gezond eten en voldoende bewegen gratis beschikbaar is voor iedere Nederlander - ongeacht de BMI. Wat als dat in de basis vrij toegankelijke digitale ondersteuning is, geleverd door een vertrouwenwekkende partij. Met een gratis telefoonnummer voor de minder digivaardige burgers. Laten we zeggen een app en een 0800-nummer. Waarin natuurlijk medisch verantwoord wordt gehandeld.

Op deze manier bereiken we potentieel 100% van de doelgroep in plaats van 13%, zonder de drempel van de zorgverzekeraar bij de start, met meer kansen voor zorgverleners om maatwerk te bieden. Flexibeler en beter afgestemd, want als de laagdrempelige ondersteuningsdienst op tijd signaleert dat een burger behoefte heeft aan specialistische begeleiding door een professional, kan er op basis van wat de burger al heeft vastgelegd over zijn gezondheid, een passende oplossing geboden worden.

Voortouw bij Voedingscentrum?

Voeding en beweging zijn natuurlijk heel persoonlijke onderwerpen. Er zijn beursgenoteerde  bedrijven die er een verdienmodel aan hebben gekoppeld. En er wordt een hoop onzin verkocht. De grote vraag is dus: wie kan een Nederlandse burger vertrouwen met voeding, eetgewoonten en beweging?

Gelukkig kent Nederland al sinds 1941 een vertrouwenwekkende partij als het gaat om verantwoorde voeding: het Voedingscentrum. Deze door de overheid gesteunde stichting heeft nu al digitale mogelijkheden om producten te vergelijken, een eetdagboek bij te houden, slimme recepten te koken, beweging bij te houden etc. Deze oplossingen bereiken echter lang niet alle Nederlanders en zijn nog niet gebruiksvriendelijk genoeg.

Stel dat het Voedingscentrum een digitale dienst ontwikkelt die zich qua gebruiksgemak wel kan meten met de WW app en qua databeheer met Apple Gezondheid. Met een goede telefonische helpdesk en een panel van wetenschappers. Dan kan elke Nederlander aan de gang met betrouwbare gezondheidsadviezen en haar eigen gezondheidsprofiel in beheer nemen.

Ik zou vandaag met het ontwerp willen beginnen, want onze gezondheid is te waardevol om over te laten aan winst beluste techreuzen met snode plannen over de ruggen van de samenleving. Mocht het budget van de stichting nog niet voorzien in ontwerp-, ontwikkel- en beheerkosten, dan is dat een extra motivatie voor de overheid om de broodnodige suikertaks eindelijk in te voeren. Een bewezen effectieve preventieve maatregel die voor het oprapen ligt.

[Bron cover image: Marco Verch (Flickr, CC).]
Goed idee!
Deel -