De toekomst van economie als wetenschap

18.08.21 20:00 Reactie(s) Door Bas Evers

Dwarsverbanden ontdekken die anderen ontgaan, daar geniet ik van. Ik lees graag over andere dingen dan digitalisering. Ik bewonder mensen die meerdere vakgebieden beheersen en ze weten te verknopen. Tijdens de zomervakantie las ik in dat kader ‘What’s Wrong With Economics’: een oproep van Robert Skidelsky (historicus en econoom) aan al zijn economie-collega’s voor een nieuwe invulling van het wetenschappelijke vakgebied. Om van toegevoegde waarde te blijven buiten de universiteit moeten economen minder abstract modelleren en beseffen dat economie onderdeel is van historie en politiek.


Boekomslag What's Wrong With Economics


Robert Skidelsky is niet zijn hele leven econoom geweest. Hij begon zijn wetenschappelijke carrière als historicus. Toen Robert zich verdiepte in het leven van John Maynard Keynes (over wie hij een driedelige biografie schreef), kwam hij erachter dat economen weinig lijken te leren van de geschiedenis. Hij is alsnog gepromoveerd in de economie om vanuit goed begrip van dat vakgebied en vanuit zijn historisch besef, een nieuwe draai te geven aan economische wetenschappen. Met economen die willen leren van het verleden en beseffen dat economie altijd een politieke dimensie heeft.


Skidelsky wijst twee oorzaken aan voor het langzamerhand verdwijnen van historisch besef en politiek bewustzijn uit de academische economie. 


De eerste reden is “beta-jaloezie”. Hoewel economie een sociale wetenschap is, proberen veel economen te lijken op natuurkundigen. Ze willen voorspellende modellen ontwikkelen en universele wetmatigheden ontdekken. Bij het ontwikkelen van die modellen worden zoveel aspecten buiten beschouwing gelaten omwille van de “puurheid” en de voorspellende kracht van het model, dat het kind met het badwater wordt weggegooid. Want economie kan nooit dezelfde voorspellende power hebben als de wet van de zwaartekracht. Overal op aarde werkt de zwaartekracht, maar geen enkel economisch model is voor ieder land even succesvol. Economie is mensenwerk. Context-afhankelijk. Economie is als sociale wetenschap beschrijvend, niet voorspellend. Anders hadden economen ons wel gewaarschuwd voor de de kredietcrisis.


De tweede reden is een onterechte angst voor politisering van het vak. Politiek en economie kun je los van elkaar zien; tegelijkertijd kunnen ze niet zonder elkaar. Sterker: het vakgebied had als expliciete doelstelling om armoede te bestrijden en welvaart eerlijker te verdelen. Politici hebben zich vastgeklampt aan het kapitalisme omdat het de beste manier zou zijn om die doelen te realiseren. Economen hebben dat verhaal versterkt en zijn het blijven herhalen. Als we van de hele wereld één markt zouden maken, ging die markt maatschappelijke problemen vanzelf oplossen. Deels is het inderdaad gelukt om armoede te verminderen en welvaart te herverdelen. Maar dat is ten koste gegaan van bijvoorbeeld onze planeet. En er is zeker nog geen sprake van gelijke kansen voor iedereen. Zowel politici als economen die vasthielden aan het kapitalistische verhaal is deze blinde vlek te verwijten.


Voor Skidelsky is de econoom van de toekomst iemand die wetenschappelijk opereert en tegelijkertijd een maatschappelijke doelstelling voor ogen heeft. Alleen dan zal economie bruikbaar zijn buiten de academische context:


“If economics is to be useful today it will need to modify its belief in the self-regulating market. That free markets contain a principle of order was a huge discovery. It meant that economic life could be set free from state, municipal, communal, and customary direction. But to maintain that market competition is a self-sufficient ordering principle is wrong. Markets are embedded in political institutions and moral beliefs. In today’s world they are inescapably accountable to voters as well as market transactors. Market integration across borders is a not unworthy goal. But it should be pressed only as far as, and by means which, the conditions of political consent allow. This is a matter of judgment, not of demonstrative proof. The only test of good policy should be the Polyani test: how much disruption and inequality will societies tolerate for the sake of progress?” [p. 192] 


De nieuwe plek voor economie tussen andere wetenschappelijke disciplines visualiseert hij zo: 


Visualisatie van de nieuwe plek voor economie tussen andere wetenschappelijke disciplines

Skidelsky (2021), p. 188


Mooi om te zien dat dat een historicus econoom wil worden om dat vakgebied van binnenuit te veranderen met zijn geschiedkunde onder de arm. Ik hoop dat vele collega’s van Skidelsky de geschetste beweging in gang gaan zetten. Het boek is overigens zowel een goede introductie in economie als een helder pleidooi dat past bij de tijdgeest van ‘degrowth’.

Deel -