Digibeteraars: Daniel Kapitan

19.03.21 16:16 Reactie(s) Door Edo Labrujere

Daniel Kapitan is een inspirerende combinatie van ondernemer en denker. Zijn jarenlange ervaring maakt dat hij een onmiskenbare expert is op het gebied van toegepaste Data Science, en zijn abstractievermogen maakt dat hij de diepten van zijn vakgebied kan doorzien. Als initiatiefnemer van de dataverbinders zet hij zich in om data van maatschappelijke waarde te laten zijn. Als een oud-collega en mijn aanstaande docent, was het lijntje kort. Samen - maar toch vooral hij - hebben we in deze blog antwoord gegeven op de vraag; Hoe kunnen we data en algoritmiek inrichten op een manier die werkt voor ons allemaal? 



Hoe zijn de dataverbinders ontstaan?

De dataverbinders zijn ontstaan uit een persoonlijke behoefte om mijn ervaringen en ideeën die ik in in de afgelopen 22 jaar heb opgedaan te verenigen. Allereerst is en blijft mijn drijfveer om mijn expertise in te zetten voor maatschappelijke vraagstukken. Mijn vrouw noemt mij een nerdy idealist, dat klopt denk ik wel. Daarbij ben ik ondernemend, wat overigens net iets anders is dan ondernemer. Toen ik mijn eerste eigen bedrijf had, merkte ik dat het dragen van economische verantwoordelijkheid voor anderen bij mij het effect had ik minder vrij en luchtig mijn werk kon doen. Tot slot wilde ik graag nieuwe samenwerkingsvormen opzetten gebaseerd op Holacracy. 

En dus ben ik begonnen met de dataverbinders, wat een coöperatie van zelfstandige experts is die allemaal een goed lopende praktijk hebben, maar toch ook denken ‘samen bereik je meer dan alleen’ en zich willen inzetten voor een maatschappelijk doel en zich verbonden voelen in deze gemeenschappelijke purpose. 

De purpose van de dataverbinders hebben jullie op dit moment geformuleerd als: ‘mensgericht gebruik van data voor een betere samenleving’. Hoe zie je dat voor je?

Data-donorschap

Waar het volgens mij al mis gaat is het framen van data als bezit. Daar moeten we voor heel veel toepassingsdomeinen vanaf, het levert namelijk twee problemen op:
  1. Jij als gebruiker hebt geen toegang tot je data-profiel. Het bedrijf aan wie je je data hebt overgedragen heeft geen belang om de waarde die in deze data zit voor jou te realiseren.
  2. De maatschappij heeft geen mogelijkheid om de combinatie van deze data-profielen te gebruiken om maatschappelijke problemen te tackelen zoals genezen van diabetes, oplossen van armoede of huiselijk geweld. Jouw data is het bezit geworden van een instelling of een bedrijf en zit opgesloten in de systemen daar.

Volgens mij moeten we nadenken over data-donorschap. Waarbij persoonsgebonden data gedeeld wordt, en de persoon van wie het gegeven is de zeggenschap heeft en niemand anders.

Alleen zijn er allerlei structuren die dit in de weg staan. Onder andere grote commerciële bedrijven (Big Tech), maar ik zie toch ook toenemende vragen en zorgen over de rol van de overheid (Big State). In beide gevallen zitten organisaties aan de knoppen, waar je als individu niet zomaar bij komt. Gelukkig zijn er heel veel initiatieven waarbij data-donorschap op een ander niveau wordt ingestoken. Bijvoorbeeld in Nieuw-Zeeland, of de Baltische staten.

Burgercoöperaties

Een concreet voorbeeld hiervan zijn burgercoöperaties, die ook al in Nederland zijn. Zo heb ik Marcel Kerkhoven, eveneens dataverbinder, leren kennen. Toen ik hem voor het eerst ontmoette, vertelde hij dat in Brummen een basis gelegd werd om op sociocratische wijze te bepalen wat er met onze collectieve data gebeurt. ‘Waarom zetten we daar niet een digitaal hekje omheen?’ vroeg hij aan mij, ‘We kunnen een mooie proeftuin maken om te kijken wat er nou allemaal mogelijk is als we integraal besluiten om onze data te delen om elkaar te helpen om gezonder te worden.’ Mijn handen jeuken nog steeds als ik daaraan denk.

Hierin zit ook een stukje persoonlijke motivatie. Ik vind het supertof om te zien wat die techniek allemaal kan. Maar zet het dan ook in voor de maatschappelijke dingen in plaats van puur en alleen de commerciële dingen.

Daarover gesproken, data lijkt de neiging te hebben omhoog te sijpelen richting een bepaalde machtsconsolidatie die geen binding of verantwoordelijkheid voelt naar de burger onderop. Wat denk je over de risico’s van data delen op deze manier?

Vooropgesteld, ik weet niet of er een coherent alternatief is. Ik heb wel ideeën en ik ga het proberen, maar het antwoord weet ik niet.Voor mij lijkt in elk geval het gedachtegoed van Elinor Ostrom de moeite waard om te proberen. Zij heeft met haar werk het idee van de Tragedy of the Commons ontkracht. Waar vrije markt economen steeds zeggen dat er geen oplossing is voor het ‘free-rider-probleem’, heeft Ostrom aangetoond dat dat lang niet altijd zo is. Haar werk - dat met een Nobelprijs is bekroond - omvat talloze voorbeelden: gezamenlijk beheer van viswateren in Nieuw Zeeland, irrigatiesystemen van sawah’s in Azië etc.

Zij zegt, als je het goed inricht, de governance erop zet, en het collectief middelen heeft om iemand aan te spreken, dan heb je dit probleem niet. En er zit inderdaad ook een beetje een maximale schaalbaarheid in: het belang van de menselijke maat en persoonlijke verbinding is essentieel. Dat zie je ook terug in concepten zoals het Broodfonds: je kunt met maximaal 50 mensen iets gezamenlijk doen waarbij er een sterke sociale wederkerigheid is.

Een ander deel van het verhaal zit hem in algoritmen. Wat kan je ons daarover vertellen? Hoe kunnen we deze inzetten for good?

Waar ik me over verbaas, is dit: alles wat we bedenken rondom machine learning en algoritmes wordt op dit moment heel erg afgeschermd als intellectueel eigendom. Maar de potentie is zo groot, en de schaarste is zo groot, laten we het alsjeblieft met elkaar aandurven om voor die maximale maatschappelijke waarde te gaan en alles te publiceren.

Publiceer alles

Het is vreemd, zodra het over data en algoritmes gaat denken we ‘Ik ga het zelf doen en ik ga m’n data niet delen’. Maar dit levert een probleem op bij ontwikkeling van algoritmen die generiek inzetbaar zijn. Denk aan een beslis-algoritme voor een bepaalde aandoening. Zelfs de allergrootste ziekenhuizen hebben amper genoeg data en mankracht om zo’n algoritme te ontwikkelen dat generiek inzetbaar is. Dus waarom doen we het dan niet samen in een pre-competitieve setting of een maatschappelijke setting. Publiceer alles gewoon, alles. Ik zeg wel eens, om mensen uit te dagen: stel je voor dat Tim Berners Lee het http protocol had gepatenteerd? Dat kan je toch bijna niet voorstellen hoeveel progressie en innovatie dat had belemmerd?

Zit daar geen gevaar in?

Over het vraagstuk of er gevaar zit in het helemaal opengooien, vind ik de mooiste metafoor misschien wel die van de open source beweging. De voorstanders zeiden: Als je de broncode publiceert, wordt de kwaliteit beter, want dan kunnen mensen de bugs eruit halen. De tegenstanders zeiden; als je de broncode publiceert, kunnen mensen de boel exploiteren.

De ervaring leert, dat de meeste mensen deugen. De meeste mensen gaan toch die bugs eruit zitten halen. Een recente studie laat zien dat open source minimaal net zo goed is als proprietary software en vaak beter; zelfs de allergrootste technologie bedrijven hebben moeite om hun code up-to-date te houden.

Concreet werk ik bijvoorbeeld samen met Bart de Witte, de oprichter van de Hippo foundation in Duitsland. Zijn idee is heel simpel. Neem bijvoorbeeld beeldvormende diagnostiek van borstkankercellen. Daar is de techniek zo ver dat dit goed kan gediagnosticeerd met algoritmen zodra we een goede beelddatabank hebben. En dan hoeft het niet beperkt te worden tot West-Europa. Want in Afrika hebben ze dit soort algoritmes nodig, in India heb je het nodig, en inmiddels is het zo dat als je voor 200 dollar een opzetstukje voor je mobiele camera kan kopen, genoeg resolutie hebt om deze borstkankercellen te herkennen. Dus zullen we het daar eens over hebben?

Ik snap je. Een algoritme dat borstkankercellen kan herkennen, gaat nooit iets anders doen dan dat. Hierom is het dus enorm gunstig en ongevaarlijk om deze te delen met elkaar.

De link met MERLINQ

In zekere zin zijn de dataverbinders zielsverwant aan MERLINQ; beiden zelfsturend, holacratisch bestuurd, en gedreven door de wens om bij te dragen aan de wereld en oplossingen voor de grote uitdagingen te vinden.
Een van die uitdagingen is de volgende:
Hoe waarborgen we in structuren dat mensen kunnen geven (data, tijd, aandacht) aan een collectief zonder dat deze energie gebruikt wordt ten einde van zelf-bevordering van een enkele rotte appel (of vaker; een liefdeloos systeem)?
Hoe creëren we duurzame ‘ecosystemen van gevers’ (zoals mijn vader het mooi benoemt) waar het Broodfonds zo’n goed voorbeeld van is?
We zijn ervan overtuigd dat deze behoefte er is en groeiende is, zeker nu vertrouwen in autoriteit op alle domeinen aan het verminderen is. 

Daniel is een van de vooroplopers die in deze golf van veranderend bewustzijn de boel gaat vormgeven op het gebied van data en AI. In dit interview staat eigenlijk alles al. Het is ook zeker een aanrader om hem gewoon te bellen.

MERLINQ gelooft in dit verband in de potentie van ledenverenigingen (zoals onze klant Espria Ledenvereniging): 
  • Ledenverenigingen functioneren in feite als collectief waarin zij de belangen behartigen van grote groepen burgers op het gebied van wonen, zorg en welzijn. 

  • Ledenverenigingen zijn financieel en operationeel in staat om techniek te realiseren waarmee elk lid zijn data kan doneren. 

  • Ledenverenigingen krijgen een rol van data-rentmeester gemakkelijk gegund, want leden zijn nu al met ledenverenigingen in gesprek over persoonlijke kwesties.


Hoe het zich exact gaat manifesteren, is een groot avontuur. Mocht je hier ideeën over hebben, of een deel van de puzzel kunnen leggen op een geheel ander vlak, ik interview je graag!

Stuur een mail
Deel -