Alternatieven voor big tech vragen om visie en lef

07.03.21 13:57 Reactie(s) Door Bas Evers

Mijn gemengde gevoelens bij het Digitaliseringsdebat

Op 3 maart volgde ik met belangstelling het Digitaliseringsdebat: een online verkiezingsdebat rondom digitalisering met zes ‘mainstream’ partijen, georganiseerd door Bits of Freedom, Amnesty International, Waag en Open State Foundation. Het riep gemengde gevoelens op. Aan de hand van een voorbeeld uit mijn privéleven leg ik uit waar de schoen wringt. 

"Kletsen met Google"

Ik heb een Google Home Mini in huis waar ik voorzichtig mee omga. Af en toe halen we het apparaat tevoorschijn en gaan we als gezin ‘praten met Google’. Mijn jonge kinderen vinden dat een feestje. Ze vragen aan Google om dierengeluiden te laten horen, een mop te vertellen of een muziekje af te spelen. 


Laatst vroegen mijn kids om willekeurige muziek. Google speelde een van hun favoriete nummers van de laatste weken. Ik vroeg aan mijn oudste of ze dat niet een beetje eng vond. “Eng?” zei ze, “nee hoor, dat is juist leuk.” 


Ik vroeg haar, hoe zij denkt dat Google een nummer selecteert, als je vraagt om zomaar een track. Ze zei in haar eigen woorden dat Google gewoon weet welke liedjes leuk zijn. Toen ik uitlegde dat Google alles wat je aanklikt vastlegt, en daar zo’n selectie op baseert, vertrok ze heel eventjes een wenkbrauw. En ze kletste lekker verder met Google. 


Kletsen met Google is voor mijn kinderen niet eng; het is gewoon leuk. Voor hen is het sowieso magisch. Ik begrijp - als volwassene en digitale ‘vakidioot’ - dat het zeker geen onschuldige tovenarij is, maar zelfs voor mij is het grotendeels onzichtbaar wat een partij als Google onder water allemaal aan elkaar knoopt.

Een kwestie van vertrouwen

Dit voorbeeld schoot me weer te binnen toen ik keek naar het Digitaliseringsdebat. 


Het was fascinerend om te zien hoe alle partijen in de studio het eigenlijk met elkaar eens waren dat techreuzen als Google transparanter moeten worden én dat er alternatieven naast moeten komen te staan. Het leek wel anderhalf uur gezamenlijke ‘big tech bashing’.


Alle grote partijen hebben hun hoop gevestigd op meer regulering vanuit Europa. Dat moet de techreuzen menselijker maken. En sommigen opperen serieus dat de Nederlandse overheid een alternatief voor Facebook moet bouwen.


De vraag is natuurlijk wat beide richtingen echt oplossen. Het draait uiteindelijk om vertrouwen. Heb ik liever dat mijn kinderen in gesprek zijn met Google of met de Nederlandse overheid? Is dat een harde keuze, of kan het allebei? En onder welke voorwaarden?


Aan Google zitten haken en ogen qua transparantie, maar hun agenda is wel duidelijk: ultiem gebruiksgemak door al mijn data te verknopen en een eigen verdienmodel met mijn profiel. Als ik mijn kinderen dat digitale bewustzijn kan bijbrengen, denken ze hopelijk even na voordat ze iets persoonlijks met Google delen. Dat is winst, want in gesprek met big tech gaan ze toch wel. En transparant zullen GAFAM niet worden uit intrinsieke motivatie.


Stel dat de overheid alternatieven voor big tech ontwikkelt, dan zal ik mijn kinderen nog steeds dat digibewustzijn moeten meegeven. De overheid is net zo goed in staat om hun data te verknopen, met misschien nog wel verstrekkender gevolgen in de echte wereld dan Google. En in hoeverre is de overheid bereid en in staat om wél ultieme transparantie toe te voegen? Tot nu toe blinkt de overheid er niet in uit. En dan heb ik het niet alleen over data.

Ministerie van digitale zaken?

Ik ben het met alle deelnemers aan het Digitaliseringsdebat eens dat de overheid een grote inhaalslag te maken heeft op digitaal gebied. De voorgestelde minister van digitalisering die de achterstand moet goedmaken, roept verschillende gedachten bij me op:
  • Enerzijds geeft het inrichten van een apart ministerie de urgentie aan, en stelt het beleidsmakers in staat om bij alles ook de digitale belangen en consequenties goed uit te denken. 
  • Anderzijds is het onderscheid tussen de digitale wereld en de fysieke wereld kunstmatig. Net als het onderscheid tussen ‘economische zaken’ en ‘volksgezondheid’ trouwens. 


We moeten niet naïef zijn. Er zijn grenzen aan de mogelijkheden om big tech te reguleren - ook in Europees verband. Big tech zal aantrekkelijk blijven door de plek die ze nu al veroverd hebben in onze huiskamer, het enorme - steeds groeiende - gebruiksgemak, en de gigantische schaalvoordelen; transparant of niet. 


Evenzeer zijn er grenzen aan de mogelijkheden voor de overheid om zelf iets te bouwen wat een tegenwicht biedt. De Nederlandse overheid heeft een slecht track record op ICT-gebied. En het vertrouwen van de gemiddelde burger in de overheid is historisch laag.

[Tekst gaat verder onder de afbeelding.]
Visie en lef

De overheid: facilitator met visie

De oplossing ligt in een overheid met visie en lef. Een overheid die de kaders durft te stellen voor een verantwoorde toepassing van digitaal in de samenleving. Met deze kaders moeten partijen van alle soorten en maten aan de slag kunnen gaan. 


Als de overheid een concreet toekomstbeeld schetst van een gewenst maatschappelijk scenario, waarin digitaal op een vertrouwenwekkende en verantwoorde manier wordt toegepast, en het voortouw neemt om initiatieven te steunen die werken aan deze nieuwe wereld, dan gaan de soepele alternatieven waar het Nederlands Film Festival naar zoekt, vanzelf ontstaan. 


Wat mij betreft geeft de overheid zelf het goede voorbeeld. Google was nooit zomaar hofleverancier van het thuisonderwijs geworden als er zo’n referentiekader was geweest. En de overheid kan kieskeurig zijn in het financieel ondersteunen van initiatieven die qua waarden en uitgangspunten het beste passen. In mijn Nederland gaat er geen subsidie meer naar initiatieven waarin technologie uit Silicon Valley klakkeloos wordt toegepast.


Hoe snel die andere initiatieven een écht schaalbaar alternatief zijn voor big tech is lastiger te voorspellen. Het dilemma (of hopelijk, de paradox) tussen gebruiksgemak en transparantie is niet zomaar doorbroken. Daar moeten we als maatschappij hard aan werken. Het Digitaliseringsdebat toont dat nogmaals aan.


Tot slot een uitnodiging om mee te praten. Verplaats je even in 2030. “Kletsen met Google” kan nog steeds. Met wie kunnen jouw kinderen nog meer digitaal in gesprek? Laat je reactie achter onder deze post.


Afbeelding: Thomas Hawk, Flickr (CC).
Deel -